Elk jaar op 23 augustus is de herdenking van de bevrijding van de Japanse jongenskampen in het voormalige Nederlands-Indië. Zaterdag zal ik daarbij als gastspreker aanwezig zijn.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bracht de Japanse bezetter van Nederlands-Indië ongeveer honderdduizend Nederlandse mannen, vrouwen en kinderen onder in kampen. Aanvankelijk mochten jongens tot een jaar of zeventien nog bij hun moeders blijven. Vanaf halverwege 1944 werden jongens vanaf tien jaar van hun moeders gescheiden en ondergebracht in aparte interneringskampen. Opeens waren de jongens helemaal op zichzelf aangewezen. Ze werden te werk gesteld in de kampen, als schoonmakers, in keukens, op het land. Ook zieke en bejaarde mannen kwamen in deze kampen terecht. Velen overleefden de kampen niet.

Nederlandse troepen

Twee dagen na de capitulatie van Japan riepen nationalisten onder leiding van Soekarno de Republiek Indonesië uit: ze wilden een onafhankelijk Indonesië. Er ontstond een chaotische situatie in het land, die de geschiedenis in zou gaan als de bersiaptijd. Nederlanders die tijdens de Japanse bezetting gedwongen in kampen waren ondergebracht, moesten nu voor hun eigen veiligheid alsnog in de kampen blijven. Japanners en Britten probeerden hen te beschermen. Pas maanden later konden de eerste Nederlandse troepen voet aan wal zetten en geleidelijk aan kwam de repatriëring van de Nederlanders op gang.

De herdenking van de bevrijding van de jongenskampen is jaarlijks op 23 augustus, omdat het nieuws van de capitulatie van Japan op 15 augustus – en het einde van de Tweede Wereldoorlog – pas ruim een week later in de kampen doordrong. De plechtigheid wordt gehouden bij het monument te Bronbeek, Arnhem.

Ik zal zaterdag vertellen over de ervaringen van mijn vader, een van de eerste militairen die destijds naar Nederlands-Indië werden gestuurd.

Share Button
Tagged with →  
Share →

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *